Waarom de Vlier een struik is, en geen boom
door Hella RavenIn verschillende boeken over bomen, en bijvoorbeeld ook in het Keltisch bomenorakel, wordt de vlierstruik opgenomen tussen de bomen. Toch lijkt het vrij duidelijk dat de vlier geen boom is. Zij mist de typische stam-kruin verhouding zoals je die bij echte bomen aantreft, en groeit in plaats daarvan uit vele kleine stammetjes met een wijd uitstaand bladergedeelte dat vanaf de grond oprijst. Een struik dus.
Dit ligt evenwel niet zo duidelijk als het wel schijnt. Met de vlier is iets heel bijzonders aan de hand. Deze struik was vroeger namelijk wel degelijk een boom. Met een dikke stam, en een duidelijke kroon had zij in alle opzichten het uiterlijk van een loofboom. Botanisch gezien is het niet duidelijk waarom de vlier, in slechts enkele eeuwen tijd, van een grote boom (met een stamdoorsnede tot twee a drie meter!) is gekrompen tot een nederig struikgewas.*
Enkele weken geleden hield ik me intensief met deze vraag bezig. Zelf heb ik altijd een heel diepe en goede band met de vlier gehad. Ik heb haar altijd ervaren als een loyale vriendin en een krachtige medestander, die mij altijd rijkelijk van haar gaven heeft geschonken. Zo gebruik ik de bloesem voor vlierbloesem champagne, bloesemsiroop en pannenkoekjes, en verwerk de bessen in jam, wijn en wierook. Twijfel om van haar te oogsten heb ik nooit gehad. Tijdens de Annual Assembly in Glastonburry had ik vlier nodig om een kroon van te maken. Het was bij die gelegenheid dat ik er door Bill Worthington op gewezen werd dat het oogsten van vlier niet lichtzinnig gedaan moet worden. Hij vroeg zich af of ik me wel had gerealiseerd dat ik voor het maken van een bloesemkroon de vlier moest snijden. Niet geheel begrijpend waar hij het over had vroeg ik wat hij daarmee bedoelde, en kreeg te horen dat in Engeland de vlier gezien wordt als een krachtige maar lang niet altijd goedgezinde entiteit, waar je niet zomaar zonder meer takken van kan snijden. Dat zou wel eens slecht voor je gezondheid kunnen zijn! Ik liet het mij niet hinderen en maakte de kroon toch wel -na uiteraard de desbetreffende vlierstruiken te hebben toegezongen over de bedoeling die ik met hun takken had- maar het zette me wel aan het denken.
Hoe komt het dat zoveel mensen zich bij de vlier zo oncomfortabel voelen? Ik begreep toch wel enigszins wat hij bedoelde, want terugkijkend op mijn lange en diepe relatie met de vlier, zag ik ook dat ik haar anders benader als welke andere boom of struik dan ook: ik zing voor haar. Wat ik ook met haar takken of vruchten wil doen, altijd zing ik mijn bedoelingen voordat ik haar aansnijdt. Ook werd ik me bewust van het feit dat ik haar altijd groet in het voorbijgaan, iets dat ik uiteraard niet bij iedere botanische verschijning in het veld doe, dat is ondoenlijk! Blijkbaar behandelde ik haar met meer egards als andere bomen, en wellicht was dit de reden dat ik enkel goede ervaringen met haar had. Peinzend over deze zaken viel mijn oog op de hiervoor genoemde feiten over het uiterlijk van de vlier. Het feit dat zij vroeger een boom was. Dit verbaasde mij, en werd in mijn overpeinzingen meegenomen.
Met al deze elementen in mijn cauldron, werd ik verrast met het volgende inzicht: In de tijd dat de God en de Godin gelijkelijk geëerd werden, kozen beiden een bepaalde boom uit als hun behuizing op aarde. Uiteraard waren zij aanwezig in alles wat leeft, maar een specifieke boom zou hun manifestatie in het stoffelijke zijn, een plaats waar mannen en vrouwen hun zouden kunnen ontmoeten, een plaats van verering en genezing, van hulp en vertrouwen. De God koos zich de machtige eik, een grote krachtige boom, die zowel in bossen bijeen groeit als solitair gedijt. Zijn vrucht, die een sterke gelijkenis heeft met de top van het mannelijk geslachtsdeel (en in het nederlands ook dezefde naam heeft.) voedde zijn zonen, zijn bladeren tooide het hoofd van koningen en bosgeesten. (Zie de green man.) Zo werd de eik als geen ander de personificatie van alle mannelijk/ goddelijke kwaliteit.
De Godin koos zich de machtige vlier. Even hoog oprijzend als de eik hielden zij elkaar in goddelijk evenwicht. Haar zoete bloesem bezwangerde de velden met hun geur, haar donkerrode bessen, wiens sap de kleur van menstruatiebloed heeft voedde haar dochters. En zowel uit haar bloesem als uit haar vruchten zijn medicijnen te bereiden om in de donkere wintermaanden verkoudheden en griep buiten de deur te houden, een mogelijkheid voor moeders om hun kinderen te beschermen. Zo werd de vlier als geen andere boom de personificatie van alle vrouwelijk/ godinnelijke kwaliteiten. De eik en de vlier deelde hetzelfde landschap, en doen dat nog steeds. Vaak kwamen zij in tweetallen voor, en als je erop let zie je nog steeds vaak een vliertje staan aan de voet van een eik.
En toen veranderde er iets. Een nieuwe godsdienst deed opgang, een nieuwe manier van denken. In deze nieuwe stroming was slechts het mannelijke van belang, enkel de mannelijke god werd geeerd, en het vrouwelijke deel in de mens zelf en om ons heen verloor haar waarde. Niet langer kreeg de godin de aandacht en de verering die haar toekwam, en steeds minder was zij in staat om zich op aarde te manifesteren. Vergis je niet in de kracht van het geloof! Hoewel de goden buiten ons om bestaan, en niet aan kracht kunnen winnen of inboeten, is de mogelijkheid die zij hebben zich onder ons te begeven en zich te manifesteren in de stof die onze aarde is wel degelijk afhankelijk van onze bereidheid hen te zien en te eren. En toen de godin niet meer kreeg wat haar toekwam, verloor zij op onze wereld een deel van haar vermogen, een tragedie die in de stof zichtbaar is geworden door het krimpen van de vlier.
Het is dus terecht dat wij haar met voorzichtigheid en eerbied benaderen. Niet langer geeft zij haar gaven onvoorwaardelijk, er is een beschadiging opgetreden in de verhouding die wij mensen met haar hebben. Zij is wantrouwend omdat wij haar vertrouwen beschaamd hebben, haar de rug toe hebben gekeerd en in de kou hebben laten staan maar als je als individu in staat bent haar achterdocht te overwinnen, als je haar de eer doet toekomen die zij van oudsher verdient, dan heb je aan haar een zeer krachtige bondgenoot! In deze tijd, waarin het besef van de tweeledigheid van de goddelijke kracht is teruggekeerd, en steeds meer mensen werken met de mannelijke en de vrouwelijke aspecten van de godskracht, met de God en de Godin dus, moeten wij ons ook weer bewust worden van de rol die de nederige vlierstruik in dit geheel heeft. Zou het niet geweldig zijn als over een paar honderd jaar de vlier weer een boom geworden is?!
Ik roep bij deze iedereen op om een vlier in de buurt te zoeken, dit verhaal aan haar voor te leggen, en te vragen of er misschien een kern van waarheid in zit. Naar de antwoorden die andere OBODies van haar krijgen ben ik zeer benieuwd. Schrijf me! ravhell@zonnet.nl
een nederig struikgewas
* Deze informatie vond ik in een boekje over de spirituele aard van bomen. Bij het ter perse gaan van de nieuwsbrief was het mij nog niet gelukt met de schrijfster van dit boek contact te leggen om haar te ondervragen over haar bronnen. Ik kan dus helaas niet instaan voor de historische juistheid van deze informatie. Mocht iemand daar meer over weten hoor ik dat graag! Ondanks dit gebrek aan 'harde feiten' vond ik dat ik dit van de vlier zelf gekregen inzicht met jullie moest delen.
terug
Terug naar de inhoudsopgave van dit nummer