Druïdenraadsel
Dit raadsel dateert van lang geleden, toen de opleiding tot druïde nog heel moeilijk was en slechts enkelen door de zware selecties heen kwamen.

Bij de meesterdruïde kon elk jaar maar één leerling in opleiding. Alleen aan hem openbaarde hij zijn magische kennis en overgedragen recepten. Het spreekt voor zich dat de positie van leerling zeer gewild was. Ieder jaar werd rond Alban Arthuan de nieuwe leerling van de meester-druïde aangewezen. De kandidaten werden met zorg uitgezocht. Jaren aan studie en meditatie hadden zij al achter zich. Zo ook in het jaar waarin ons verhaal zich afspeelt....

De drie beste kandidaten van het land werden voor de meesterdruïde gebracht om hem te laten beslissen wie van hen zijn persoonlijke assistent mocht worden. Na vele beproevingen van hun gewiekstheid en kennis bleken de drie zo aan elkaar gewaagd, dat de meesterdruïde niet kon kiezen. Daarom besloot hij tot een laatste test waarin hun slimheid beproefd zou worden. De drie kandidaten werden geblinddoekt naar een kamer gebracht, waar een ronde tafel met drie stoelen voor hen klaar stond. Hier beschreef de meesterdruïde de test voor hen.

"Op het hoofd van ieder van jullie heb ik een hoed gezet. Je draagt òf een blauwe, òf een witte hoed. Het enige wat ik kan zeggen, is dat tenminste één van jullie een blauwe hoed draagt. Misschien is er één hoed blauw en zijn er twee wit, misschien zijn er twee blauw en is er één wit, misschien zijn er drie blauw. Maar je kunt er zeker van zijn dat er geen drie witte hoeden zijn. Op het moment dat ik jullie de blinddoek afneem, begint de test. De eerste die mij de kleur van zijn eigen hoed kan vertellen, wordt mijn leerling. Maar, wees gewaarschuwd. Wanneer je het verkeerde antwoord geeft staat hierop een straf van verbanning en eeuwige blaam. Als geen van jullie binnen een uur een antwoord kan geven, worden jullie naar huis gestuurd en zoek ik mijn assistent elders."

Na zo gesproken te hebben, ontdeed de meesterdruïde hen van hun blinddoeken en ging in een hoek van de kamer zitten. Eén van de drie kandidaten keek rond en zag dat zijn twee mededingers beiden een blauwe hoed droegen. Aan de blik in hun ogen zag hij dat zij hetzelfde dachten als hij: "Wat is de kleur van mijn hoed?" Er viel een stilte die wel een uur leek te duren. Toen stond hij op en zei: "De kleur van de hoed die ik op heb is...."


Terug naar de inhoudsopgave van dit nummer